Reeds op haar veertiende schreef ze gedichten en toen ze zestien werd vloeide het eerstekortverhaal uit haar hand ( ze wou persè de Vlaamse Françoise Sagan worden…)

    Ze publiceerde 3 dichtbundels, werd toen verliefd op auteur Ward Ruyslinck en samen schreven ze het brievenboek “De Speeltuin”. Wat later verscheen haar soloroman “De Rimpels van de Maan”.

    In Brazilië leerde ze schilderen op zijde en beleefde hier een paar jaar veel plezier aan. Maar toen vond ze dat de tijd gekomen was om op doek te werken. Ze startte met naïeve en figuratieve taferelen, probeerde daarna om wat meer in abstracte richting te gaan en belandde bij ingebeelde gebouwen en steden.

    Abstract is haar ding, kleurrijk of gedempt, met op elk werk een leesbare of vaker onleesbare tekst.

    Alleen zij weet wat die woorden betekenen, maar soms geeft de titel een hint…

    Ze heeft grote bewondering voor hedendaagse kunstenaars David Hockney, Michaël Borremans, Rinus Van de Velde, Maki Na Kamura, Tom Herck, Arpaïs du Bois en Thomas Lerooy.

    Ze is ook een filmfanaat (Fellini, Visconti, Woody Allen, Wim Wenders) en is een diehard fan van de Rolling Stones.

    • Dichtbundels “Tussen Martini Bianco en Roxy Music” & “Nou Ja Liefde” (uitgeverij Het Schaap)
    • Dichtbundel “ Slapeloze Dagen” (uitgeverij Klaproos)
    • Brievenroman “De Speeltuin” (samen met echtgenoot Ward Ruyslinck) (Manteau 1992)
    • Roman “De Rimpels van de Maan” (Manteau 1995)
    • “Verborgen Levens” -foto’s Kennet Provost en flitsverhalen Monika Macken (uitgeverij Dodopers 2015)